Motortocht Borneo

Aan het einde van de middag kom ik aan in Balikpapan, oost Kalimantan, zoals het Indonesische deel van het eiland Borneo heet. Borneo is het na Groenland en Nieuw Guinea het grootste eiland ter wereld, verdeeld over de landen Maleisië, Brunei en Indonesië. Het Indonesische deel is zeker het grootste deel, en heeft slechts 18 miljoen inwoners, wat aangeeft hoe oneindig veel ruimte er nog is.

Als ik uit het vliegtuig omlaag kijk zie ik vooral groen, groen en groen. Oerwouden, waartussen zich de na forse regenval troebel geworden lichtbruin gekleurde rivieren richting de kust slingeren; beginnend als een smal stroompje, langzaam breder wordend en zich vlakbij de kust vertakkend in een uitgebreide rivierdelta.

motortocht Borneo

Als ik op de bagage sta te wachten komen Rusdy en Ozzy al naar me toe om me hartelijk welkom te heten in Balikpapan. Mij lukt het nooit om op een luchthaven iemand op te halen bij de bagageband achter de glazen deuren, maar in Indonesië helpt het heel erg als je de nodige connecties en ‘vrienden’ hebt; er gaan soms letterlijk deuren voor je open, en wel zo gezellig natuurlijk.

Rusdy heeft lang moeten nadenken over de tocht per motor. Gebruikelijk is de tocht per auto te maken. Men is toch wat voorzichtig om buitenlanders op de motor het verkeer in te sturen in Indonesië. Er zijn vele ‘motorbikes’, in alle soorten en maten, meer onze uitvoering van bromfiets en scooter. Het aandeel motorfietsen is aanzienlijk kleiner. De motoren hebben uiteraard meer motorvermogen dan de motorbikes, wat duidelijk meer ervaring met het rijden vraagt. Toen ik tegen Ozzy vertelde dat in Nederland een motor bijvoorbeeld een 600 cc. kan zijn was er een gemeend ‘wow, that is strong!.  In heel oost Kalimantan zijn er maar tien motoren van dat formaat, naar zijn zeggen. De reden daarvoor wordt me in de loop van de komende dagen al snel duidelijk. Het verkeer en de wegen zijn in Kalimantan, eigenlijk in heel Indonesië wel, zo verschillend van wat wij gewend zijn, dat een kleiner motorvermogen eerder een voordeel dan een nadeel is. Veel motoren zijn dan ook tussen 125 en 500 cc, wat meer dan voldoende is. Ze rijden allemaal 100 km/h, daar gaat het niet om, de werkelijkheid is dat ik in de twee weken durende tocht alleen in het nog rustige nieuw ontwikkelde gebied boven Tanjung Batu 90 km/h heb kunnen rijden.

Kalimantan kent vele gezichten, zoals ook de tocht door het gebied. We rijden achter elkaar, links en rechts zodat het zicht op de weg steeds zo ver mogelijk is. Een uitgestoken voet van de voorganger duidt op een gat in de weg aan die kant, wat dus zowel links als rechts kan zijn. Zelfs opMotortocht Borneo, Mahakam rivier ogenschijnlijk goede wegen kun je ineens een gat in het asfalt tegenkomen van zeg maar een meter lang en breed van minimaal tien centimeter diep, het is allemaal mogelijk. Na enige ervaring in het verkeer te hebben opgedaan slinger je behendig door het drukke stadsverkeer in Samarinda of de andere steden waar je aan alle kanten wordt ingehaald door van alles en nog wat als je niet snel genoeg gaat.

De buitenwegen slingeren zich door het bergachtige landschap. Achter elke bocht ontluikt zich een nieuw verrassend en onverwacht uitzicht. Ik merk al snel dat het handig is om rond een uur of zes in de avond op de overnachtingsplaats te zijn. Ietsje later is niet erg, maar de duisternis valt rond die tijd – de wegen zijn onverlicht, zeker buiten de stad. In het donker moet je echt een stapje terug met de snelheid om nog in staat te zijn eventuele gaten in het wegdek te ontwijken, maar ook de soms onverlichte obstakels, opa met zijn onverlichte oude pruttel- motorbike een blauwe rookwalm achter zich latend, of de straatverkoper die met zijn onverlichte handkar onderweg is naar huis voor het avondeten. Geen zorg, alles went. Soms staat er op een kruising geen bewegwijzering, of zo zwaar in verval dat er niets meer van te maken is. De verkeerde weg kan gerust betekenen dat je 50 kilometer de verkeerde kant op gaat zonder zijwegen. Tijdens de kennismakingstocht zijn we ook om half twaalf in de avond bij het hotel aangekomen, dus het is te doen, maar het vraagt dan extra inspanning.

Oost Kalimantan is niet een toeristisch gebied, verre van dat. Dat is tevens de charme. De hotels, vooral buiten de steden, hebben een lokale standaard want ze zijn gewoon bedoeld als hotel voor de inwoners van het land zelf. De lunch hebben we doorgaans onderweg, gewoon bij een plaatselijke Warung, een eenvoudig restaurant. Je zit vaak als enige Europeaan tussen de locals en je eet de lokale dingen die doorgaans eenvoudig van samenstelling zijn, maar uitstekend smaken. Soms heb je rijst bij de maaltijd, in de ochtend, de middag en de avond, wat nooit gaat vervelen. Brood tref je er niet veel aan, bij elke maaltijd heb je sambal. Als bestek krijg je een lepel en een vork als je geluk hebt, maar de lokale gasten hebben dat niet nodig. Je eet met de hand, nadat je die eerst hebt gewassen bij het in het restaurant aanwezige wasbakje. Een wasbakje is iets dat in elk restaurant te vinden is, de reden ken je nu; vooral vóór, maar ook na de maaltijd was je de handen.

Motortocht Borneo warungTijdens de motortocht rijd je door het landschap, soms ook over onverharde wegen naar de jungle. Zo’n onverharde weg kan gerust 30 kilometer lang zijn, en zonder Warung. Een wandeltocht door de jungle hoort er ook bij. Met de bekende ‘longtail’ boot snijd je door het water van het grote meer, langs drijvende dorpen, de rivier op de jungle in. Dieren die je hier alleen in de dierentuin ziet zitten er gewoon aan de waterkant of boven in de boom. 

Een speedboot brengt je naar het prachtige bounty-eiland Derawan, waar je prachtig kunt duiken of snorkelen. De enorme waterschildpadden zwemmen soms ineens langs je heen door het heerlijk warme water.

Borneo is zó anders dan wat we gewend zijn. De mensen, de taal, de cultuur, het verkeer en de natuur…… niets is te vergelijken. Laat je rustig meevoeren in de stroom, geniet van het eten, neem vooral de tijd en haast je niet, dan heb je een geweldige tocht met de motor.

Het is een waanzinnige tocht!